Binden van DGA en sleutelfiguren na overname

10-11-2014

Een belangrijke risicofactor bij overnames is de vaak hoge mate van afhankelijkheid van de directeur-grootaandeelhouder (DGA).

Een belangrijke risicofactor bij overnames is de vaak hoge mate van afhankelijkheid van de directeur-grootaandeelhouder (DGA). Vooral binnen MKB bedrijven is deze situatie niet uitzonderlijk. De DGA heeft bijvoorbeeld vaak jarenlange relaties opgebouwd met de belangrijkste klanten en leveranciers. Een mogelijk risico hiervan is dat de “gunfactor” in de loop der jaren een steeds grotere rol is gaan spelen. Het is maar de vraag of deze klanten na een mogelijke overname nog steeds klant zullen blijven of dat zij na het vertrek van de inmiddels bevriende oud-eigenaar zich opnieuw gaan oriënteren in de markt. Kortom, doen zij zaken met de ondernemer of met de onderneming?

Het komt gelukkig steeds vaker voor dat de DGA zich tijdig bewust wordt van de hoge mate van afhankelijkheid en reeds een groot deel van zijn kennis, ervaring en contacten heeft overgedragen aan het management of andere sleutelfiguren binnen de onderneming. Maar ook hier is het vervolgens van belang om deze sleutelfiguren na de beoogde overname wel aan de onderneming te kunnen binden.

De verkopend DGA wordt vaak gevraagd om na de overname nog een periode aan te blijven om tot een goede overdracht van zijn taken, verantwoordelijkheden, contacten en kennis te komen. Dit wordt veelal in de koopovereenkomst vastgelegd. Om de betrokkenheid van de DGA na overname optimaal te stimuleren wordt vaak gebruik gemaakt van uitgestelde betalingen of een behouden deelbelang. Bij uitgestelde betalingen kan gedacht worden aan earn-out regelingen (afhankelijk van de financiële prestaties van de onderneming na overname) of een naar rato uitbetaling van een gedeelte van de koopsom op basis van het aantal jaren dat de DGA nog werkzaam blijft voor de onderneming. Maar hoe zit dit met de overige sleutelfiguren binnen de onderneming?

Allereerst kan eraan gedacht worden om deze sleutelfiguren via een Stichting Administratiekantoor (Stak) certificaten te geven in de koopholding (NewCo). Dit geeft sleutelfiguren wel economische rechten maar geen of beperkte juridische rechten. Op deze manier hebben zij een financiële prikkel om langdurig verbonden te blijven aan de onderneming en optimaal te presteren zonder dat hen dit voorziet van zeggenschap over de onderneming.

Wanneer het niet de voorkeur geniet om de sleutelfiguren te voorzien van aandelen of certificaten in de koopholding kan eenzelfde motivatie gerealiseerd worden middels een SAR-regeling (stock appreciation rights). Een SAR geeft een werknemer het recht om tijdens of na een bepaalde periode een contante beloning te vorderen. De hoogte van de beloning hangt af van de koersontwikkeling van het onderliggende aandeel. Doordat MKB bedrijven doorgaans niet beursgenoteerd zijn dient zowel op overnamedatum als na de vastgelegde periode de waarde van de aandelen bepaald te worden. De werknemer wordt dus beloond op basis van de waardestijging die de onderneming realiseert over een vastgelegde periode, bijvoorbeeld 5 jaar na overnamedatum. Ook op deze manier geeft dit de medewerker een financiële prikkel om verbonden te blijven aan de onderneming en gedurende deze periode optimaal te blijven presteren.

Daarnaast kunnen sleutelfiguren gebonden worden aan de onderneming middels een streng non-concurrentie- en relatiebeding. Hierbij ontbreekt echter een financiële prikkel voor de medewerker om verbonden te blijven en het aanscherpen van een non-concurrentie- en relatiebeding kan negatieve gevoelens bij een medewerker oproepen. Daarbij komt dat het uitsluitend ziet op concurrerende activiteiten. Het staat de medewerker immers vrij om in een andere sector te gaan werken.

Om de verkopend DGA en de belangrijke sleutelfiguren na overname te binden aan de onderneming bestaan een aantal effectieve middelen, waarvan alle betrokken partijen voordeel kunnen hebben. De koper verzekert zich er van dat belangrijke contacten, kennis en ervaring binnen de onderneming geborgd blijft. De verkoper profiteert in de vorm van een hogere koopsom (lager risicoprofiel). En de betrokken sleutelfiguren kunnen financieel extra geprikkeld worden.      

Terug